KOLONIALE WANDELING ZUTPHEN

KNIL soldaten en Indische schrijvers

 

Deze wandeling voert eerst langs de binnenstad van Zutphen. Een aantal gebouwen herinnert nog aan de Koloniale Reserve die in deze stad eind 19de eeuw gevestigd was. Aanmelding voor de koloniale dienst kon vanaf 1890 ook via het Korps Koloniale Reserve gevestigd in Nijmegen en Zutphen. In 1909 werd het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk opgeheven en verliep de instroom in het KNIL vanuit Nederland uitsluitend via het Korps Koloniale Reserve te Nijmegen. De toenmalige Waliën kazerne in Zutphen heeft dienstgedaan als reconvalescentengebouw. Jozef Bruinsma (1846 – 1913) die als militair carrière maakte in Indië is een paar jaar commandant van deze kazerne geweest. Daar konden officieren en onderofficieren herstellen van hun tropische ziekten. Zutphen kende nog meer Indisch gasten: de geneesheer Isaac Groneman(1832 – 1912), die lijfarts van de sultan van Jogja werd en de zee-officier Maurits Ver Huell(1787- 1860) die de grote opstand tegen het Nederlandse gezag in de Molukken neersloeg. De wandeling voert ons ook buiten de stad naar het voormalig landgoed De Beele waar L.A.J.W. Baron Sloet van de Beele (1806-1890) heeft gewoond. Hij was van 1861 tot 1866 Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.

Lengte wandeling:
18 km

Start- en eindpunt:
Station Zutphen
Parkeerplaats:
Stationslaan en Berkenlaan

Horeca:
Alleen in de stad

Ook geschikt voor andere GPX apparaten

De route

  1. Voor het station naar links afslaan en direct daarna rechtsaf de Gasthuisstraat inlopen. Je komt uit op een parkeerplaats. Steek hier recht over en loop door tot de Nieuwstad. Hier rechtsaf. Loop door tot je rechts een plein ziet liggen met een waterbaan. Loop linksom de waterbaan heen richting kerk. Voor de kerk meteen linksaf en daarna weer rechtsaf door een poortje, de Rosmolensteeg in. Je komt op een binnenhofje uit. Rechts zie het gebouw waar vroeger de kazerne was ondergebracht in de voormalige Latijnse School. KNIL militairen die gevochten hadden op Lombok en in Atjeh konden hier bij komen. Het gebouw stond in 2018 leeg.
     
  1. Loop na het bezoek aan dit complex weer terug onder het poortje door en sla rechtsaf de Spoorstraat in en bijna meteen weer linksaf  en vervolgens de eerste straat rechts  Oudewand. De zee-officier Quinten Maurits Rudolph Ver Huell werd op 11 september 1787  geboren in Zutphen in het huis van zijn grootouders ‘op het Oudewand tegenover de pomp en het Huis met de Vazen’. Hij behoorde tot een oud Gelders geslacht (zijn moeder was een Staring) en zwierf over de hele wereld waaronder de Molukken waar hij het Nederlandse gezag moest herstellen.
     
  1. Sla de eerste straat links in, Komsteeg die uitkomt op een parkeerplaats. Ter hoogte van de doorbraak door de stadsmuur (rechts) bevond zich de Burgerweeshuiskazerne bij het Hagepoortplein. Sla rechtsaf de Armenhage in die uitkomt op Oudewand.Je loopt langs de oude stadsmuur. Neem de eerste straat rechts en ga meteen weer links en loop de Schupstoel in.
  1. De Schupstoel gaat over in de Bernhardsteeg. Sla aan het eind van deze steeg rechtsaf en loop de Zaadmarkt op tot aan het eerste straatje links, het Ravenstraatje. Het Ravenstraatje gaat over in de Raadhuissteeg. Aan het einde van deze steeg eerst rechtsaf de Langehofstraat in en loop tot nummer 21 Huis De Leije. Isaäc Groneman, lijfarts van de sultan van Jogyakarta,  werd hier op 15 augustus 1832 geboren. Keerom en loop de Langehofstraat uit die vervolgens overgaat in ‘s-Gravenhof
  1. Loop het plein over. Links ligt de Walburgiskerk. De kerk is pas opgeknapt en zeker een bezoek waard. Aan de overkant van het plein zie je een viertal witte huisjes. Hier bevond zich in de vorige eeuw de Waliënkazerne waar zieke manschappen van het KNIL konden bijkomen. Het complex bevatte eind 19de eeuw een ziekenzaal, een badinrichting, straflokalen en modern sanitair. Het gebouw is aan het eind van WOII opgeblazen door de Duitsers. Een van de commandanten van de Waliënkazerne was Jozef Bruinsma, majoor bij het KNIL en in het Nederlandse leger. Hij had de leiding over deze kazerne van 1890 tot en met 1894.
  1. Sla rechtsaf de Waterstraat in en loop tot de Kuiperstraat. Hier linksaf. Kijk even naar rechts. Op huisnummer 19 stond eerder het voormalig Militair Tehuis waar manschappen konden biljarten, kaarten of de krant konden lezen. Men probeerde zo aan de verveling van de militairen tegemoet te komen waardoor veel drankmisbruik en agressie ontstond. Loop via de Kuiperstraat naar IJsselkade. De weg oversteken en rechtsaf het voetpad langs de IJssel volgen. Hier staat een standbeeld van de dichteres Ida Gerhardt. Bij de brug links aan houden en het pad voor wandelaars nemen. Halverwege de trap naar beneden nemen die naar de uiterwaarden leidt. Volg het pad door de uiterwaarden naar rechts en loop onder de brug door. Je hebt zicht op een oud stoomgemaal. Blijf dit pad volgen tot je uitkomt op de Vliegendijk, hier rechtsaf. De Vliegendijk gaat over in de IJsselstraat. Je kunt op het gras pad op de dijk blijven lopen.
  1. Loop zodra het kan het rechts gelegen fietspad (fietsknooppunt 36) langs de IJssel op. Blijf op dit fietspad lopen tot voorbij een groot melkveebedrijf, de Schauwert aan je rechterhand. Loop hier schuin links naar beneden en sla meteen weer rechtsaf de Voorster Klei in en loop tot fietsknooppunt 35. Hier rechtsaf en loop door tot aan de rand van het dorp Voorst. Links staat een picknickbank, goed om even te rusten. Vandaar loopt scherp linksaf een Kerkenpad door de graslanden tot aan de Hoenweg. En voor de liefhebbers. Onderweg kun je rechtsaf een bomenlaantje inslaan dat naar het voormalige Landgoed De Beele, waar Sloet van Beele ( 18061890) werd geboren. Hij was  Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië van 1861-1866. In 1960 is het historische landhuis afgebroken en in 1969 werden op het terrein de eerste paviljoens gebouwd. Het is  nu een instelling voor moeilijk opvoedbare jeugd. Je mag alleen rond het terrein lopen op de openbare weg.
  1. Bij de Hoenweg rechtsaf en loop door tot de IJsselstraat, hier linksaf. Loop rechtdoor richting Geldershof en sla hier rechtsaf de grasdijk op. Voorbij het Stoomgemaal linksaf de betonnen trap naar beneden lopen en rechtsaf het pad inlopen. Loop onder de brug door en lneem het pad dat naar de trap voert om weer op de brug te komen. Op de brug rechtsaf richting de stad lopen.Loop langs het IJsselpalviljoen. Hier linksaf via de voetgangersoversteekplaats. Loop rechtdoor met huizen aan je rechterkant tot aan het riviertje de Berkel. Neem de stenen trap naar beneden en loop langs de Berkel tot de volgende stenentrap. Hier weer omhoog. Bij C&A linksaf slaan de stationsstraat in richting station. Einde van deze koloniale wandeling.

Latijnse school


De Latijnse school

De Latijnse school werd in 1894, na de bloedige campagnes op het eiland Lombok, ingericht voor verblijf  van zieke en gewonde KNIL militairen. In Zutphen was ook de Koloniale Reserve gevestigd waar Jozef Bruinsma (Josephus, Fredericus Dominicus ) (1846-1913) geboren in Leeuwarden van 1890 tot 1895 commandant was. In het gebouw was eerder het dormitorium, de middeleeuwse slaapzaal van het Dominicaner klooster, gevestigd. Het reliëf dat dat een van ingangen van kazernecomplex sierde en waarop de strijd in Atjeh wordt uitgebeeld heeft sinds 1970 een plek gevonden in het park Bronbeek in Arnhem.

Reisverslag van Maurits Ver Huell


Maurits Ver Huell (1787- 1860)

De zee-officier Q.M.R. (Quinten Maurits Rudolph) Ver Huell. Geboren in Zutphen op 11 september 1787 in een oud Gelders geslacht (zijn moeder was een Staring). Maurits werd geboren in het huis van zijn grootouders, ‘op het Oudewand tegenover de pomp en het Huis met de Vazen’, en woonde lange tijd bij zijn grootouders, terwijl zijn vader en moeder met de andere kinderen in Doesburg woonden. Dit belette de jonge Maurits niet een uitermate gelukkige jeugd bij zijn grootvader, oud-burgemeester van Zutphen, en grootmoeder te hebben. Er lagen twee wegen voor hem open: het openbaar bestuur (zijn vader was burgemeester van Doesburg) en de zeedienst (de broer van zijn vader was vlootvoogd). Nederland was toen een Franse vazalstaat. Maurits, zoals zijn roepnaam luidde, koos voor de zee en vocht in 1805 onder zijn oom Carel Hendrik Ver Huell, een persoonlijke vriend van Napoleon, tegen de Engelsen bij Kaap Gris Nez, waarbij hij zich kranig weerde. Twee jaar later vertrok hij met de marinebrik ‘De Vlieg’ naar Indië. In 1810 was hij terug in Nederland. Het verhaal van zijn lotgevallen beschreef hij in Mijne eerste zeereize (1842), dat lovend ontvangen werd. Ook de jeugdjaren in Zutphen staan hierin beschreven. Zijn volgende reis, in 1816, bracht hem naar de Molukken om er het Nederlands gezag over te nemen van de Britten. Ver Huell vertrok als eerste officier en keerde terug als commandant, als plaatsvervanger van de onderweg overleden kapitein-ter-zee. Het schip verkeerde in dusdanig slechte staat dat het, kort nadat het in maart 1819 de thuisreis had aanvaard, in de Indische Oceaan zonk. De 340 opvarenden konden ternauwernood door een Amerikaans koopvaardijschip worden opgepikt en op het nabijgelegen koraaleiland Diégo Garçia aan land gezet worden. Van daaruit ging de reis via Mauritius en Elba terug naar Nederland. Mijne herinneringen aan eene reis naar Oost-Indië (1836) luidt de titel. Het reisverslag staat vol van zijn avonturen. Het doet ook verslag van de bloedige campagne tegen de Molukse bevolking op Ambon en Saparua, die niets wilden weten van en terugkeer van het Nederlandse gezag. Leider van de opstand was Patimura, in Indonesië vereerd als en held. In Nederland ging alle aandacht uit naar de moord op de residentfamilie. Aan de gruwelijke executie van Patimura werd geen aandacht geschonken. Daarna was het met reizen gedaan. Ver Huell werd onder-equipagemeester op de Rotterdamse marinewerf en klom daar in twintig jaar op tot directeur, een functie die hij tot zijn pensioen in 1850 bekleedde. Ver Huell overleed op 10 mei 1860 in Arnhem. In zijn nalatenschap zat een ruim negenhonderd pagina’s tellend manuscript. Het manuscript werd in 1966 voor het eerst uitgegeven en recent opnieuw door de Linschoten Vereniging, inclusief de aquarellen van Ver Huell onder de titel Herinnering aan een reis naar Oost-Indië. Reisverslag en aquarellen van Maurits Ver Huell, 1815-1819. In de novelle De juwelen haarkam (1956) van Maria Dermoût, over de zogenaamde ‘pacificatie’ van de Molukken in 1817, treedt Q.M.R. Ver Huell op als de hoofdpersoon Quirien.

Christiaan Eykman 1858-1930


Burgerweeshuiskazerne

 Hier stond de voormalige Burgerweeshuiskazerne, de opvolger van de Latijnse School. In 1895 kocht de gemeente het voormalig weeshuis aan. Het werd opgeknapt en vooral ingezet voor de behandeling van beriberi. Dit is een slopende tropische ziekte  die onder koloniale soldaten zeer veel slachtoffers maakte. Officieren van gezondheid (artsen) van het KNIL vonden na lang onderzoek  een simpele en goedkope manier om beriberi te voorkomen. Deze ontdekking (eet bruine rijst) bezorgde KNIL-officier Christiaan Eijkman de Nobelprijs voor geneeskunde. Hij werd geboren in Nijkerk. Zie voor zijn levensbeschrijving koloniaalerfgoedtevoet, koloniale wandeling Nijkerk.

Isaäc Groneman 1832-1912


Isaäc Groneman (1832 – 1912)

Isaäc Groneman, op 15 augustus 1832 geboren aan de Raadhuissteeg C214 (nu Lange Hofstraat 21) in Zutphen, was ‘genees-, heel- en verloskundige’ in Vorden alvorens hij in 1858 naar Indië vertrok. In Bandung, en later in Jokyakarta, schreef hij een heel oeuvre bij elkaar. In de meeste van zijn geschriften is hij als geneesheer aan het woord (hij was lijfarts van de sultan van Djokja), en richtte zich tot zijn vakgenoten. Met zijn Bladen uit het dagboek van een Indisch geneesheer (1874), Indische schetsen (1875, uitgegeven door Van Someren) en Waar of onwaar? Nieuwe Indische schetsen(1879) zocht en vond hij een breder publiek. Groneman was zeer begaan met de authentieke Indische cultuur (de vermengde Indonesische en Europese cultuur). Hij schreef over Indische huwelijken, concubinaat, over machtsmisbruik en het batig slot, over onrecht en rechtsopraak, kortom over ‘Indische toestanden’. Hij woonde de smeedsessies van een empu, de Javaanse wapensmid, bij en beschreef tot in detail hoe het gecompliceerde krislemmet met zijn typerende decoratieve oppervlaktestructuur tot stand kwam. Groneman deed verslag van zijn onderzoek in een reeks baanbrekende artikelen, waarmee hij hoopte te bereiken dat het uitstervende ambacht van de krissmid door tijdig ingrijpen van het koloniale bestuur behouden zou blijven, maar kreeg nauwelijks respons. Hij had een ongelukkig huwelijk met een typische 19deeeuwse hysterische vrouw. Als zij in 1875 met hun enig dochtertje, een zoontje was in Indië overleden, naar Holland vertrekt, neemt hij een Javaans meisje in huis volgens de modus vivendi van de Javaanse adel. De sultan verleende hierbij zijn bemiddeling. Zij was een ‘tjangga’ , een afstammelinge uit het vierde geslacht van de sultan, een veertienjarig meisje dat noch lezen noch schrijven kon. Pas na de dood van zijn vrouw in 1903, trouwde hij met haar. Op 2 december 1912, op 80-jarige leeftijd, maakte Groneman verbitterd een eind aan zijn leven.

Jozef Bruinsma 1ste luitenant in Atjeh


Jozef Bruinsma (1846 – 1913)

Jozef Bruinsma (Josephus, Fredericus Dominicus 1846-1913) geboren in Leeuwarden doorliep van 1860-1866 de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Daarna werd hij officier bij het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL). Als jong officier werd Jozef gewond tijdens de Bali- expeditie van 1868. Later nam hij deel met het 7de bataljo infanterie aan de beide expedities tegen Atjeh in 1873 en 1874 met als doel de sultan van Atjeh tot erkenning van het Nederlandse gezag te brengen.Bij de tweede expeditie onderscheidde Jozef zich. Hij behoorde bij de eersten die de kraton binnenstormden en de Nederlandse vlag plantten. Tegenstand werd er niet geboden, want de kraton was verlaten. Jozef ontving voor zijn moedig optreden de Militaire Willems-Orde 4de klasse. Daarna ging hij naar Nederland terug waar hij werd gedetacheerd bij het Nederlandse leger. Op 5 augustus 1880 trouwde hij in Den Haag met Wilhelmina Cornelia Maria Lissonne. Het echtpaar vertrok in oktober 1880 met het tweedeks Clipper- Fregat Prinses Amalia uit de haven van Amsterdam naar Batavia. Vanuit Batavia vertrokken ze naar zijn nieuwe standplaats in Semarang op Java. Het echtpaar kreeg vijf kinderen. In mei 1887 vertrok de familie weer naar Nederland. In Nederland volgde al snel een benoeming bij de KMA en werd hij lid van de examencommissie. In oktober werd hij bevorderd tot majoor. Op 3 september 1890 werd Jozef geïnstalleerd als commandant van de Koloniale reserve in kazernes in Nijmegen en Zutphen. Hij vestigde zich in 1890 als commandant van de Koloniale Reserve in Zutphen in het Huis Waliën bij het Waliën kazernecomplex  waar een reconvalescenten-compagnie was opgericht. Oud- KNIL manschappen, onderofficieren en officieren konden hier herstellen van tropische ziekten waarna ze weer voorbereid werden op een nieuwe missie in de kolonie. In 1890 was Jozef zelfs aanwezig bij de begrafenis van de Koning Willem III. In 1891 volgde zijn benoeming tot luitenant-kolonel. In 1891 volgt dan de benoeming tot luitenant-kolonel. In 1895 vertrok hij weer naar Indië waar hij benoemd was tot kolonel en commandant van de Eerste Milítaire afdeling op Java. Daarna was hij een tijd militair commandant van Lombok na de verovering van het eiland. Niemand minder dan Colijn (1869-1944) nam als KNIL-officier deel aan de verovering van Lombok en nam deel aan de gepleegde wreedheden. Hij liet negen vrouwen en drie kinderen die om genade smeekten op een hoop zetten en doodschieten. ‘Het was onaangenaam werk, maar ’t kon niet anders’, aldus Colijn in een brief aan zijn vrouw. Voor zijn optreden als militair ontving hij in 1895 de Militaire Willems-Orde. Bruinsma ging In 1897 met pensioen in de rang van Generaal-Majoor. Vanaf die tijd tot 1906 woonde Jozef met zijn vrouw en jongste zoon in de wijk Kebon Sirih in Batavia. In 1904 keerden ze terug naar Nederland. Terug in Nederland werd hij benoemd tot generaal-majoor in het KNIL. In de functie werd hij commandant van de Koloniale reserve in Nijmegen, een belangrijk  opleidingsinstituut dat toekomstige KNIL militairen moest klaar stomen voor de dienst in Indië. Hij overleed in Venray op 6 juni 1913.

Voormalige ingang Landgoed De Beele


Sloet van de Beele (1806 -1890)

 Ludolph Anne Jan Wilt baron Sloet van de Beele (18061890) was van 1861 tot 1866 Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Hij volgde een opleiding bij het Koloniaal Instituut Van Kinsbergen te Elburg. Hij was van 1830 tot 1847 advocaat in Zutphen en procureur en wethouder in dezelfde stad. In 1848 werd hij benoemd tot griffier van  de Staten van Gelderland en in 1861 volgde zijn benoeming tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië  Als gouverneur-generaal wist hij een paar belangrijke hervormingen in te voeren. Hij schafte de bestraffing door rotanslagen van de Indonesische bevolking en de verplichte teelt en levering van specerijen op de Molukken af. Ook zette hij zich in voor de verdere ontwikkeling van economie in de kolonie, onder andere door de aanleg van spoorwegen te stimuleren. Op 18 september 1866 kreeg Sloet, op eigen verzoek, eervol ontslag. Waarschijnlijk hield dit verband met de gezondheidstoestand van zijn vrouw Jacoba Maria Visscher een volle nicht van moederskant waarmee hij in 1834 trouwde , die nog geen maand later, op 13 oktober 1866, overleed. Op de vijfentwintigste van dezelfde maand legde hij zijn functie definitief neer en vier dagen later scheepte hij zich in en keerde als eenzaam man terug naar Nederland. De tragiek was des te groter omdat enige tijd daarvoor zijn oudste zoon op 29-jarige leeftijd ook al in Batavia was overleden. Hij wijdde zich aan de wetenschap en vestigde zich eerst in Leiden en later weer in Arnhem waar hij op 10 december 1890 overleed. Hij was onder meer lid van de Academie van Wetenschappen en ondervoorzitter van het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde van Nederlandsch-Indië.

Bronnen

Buurman, D.J.G., Anderhalve eeuw Gelderse statengriffiers, Arnhem 1951, typoscript.

Nieuwenhuys, R., I. Groneman, in: Oost-Indische Spiegel(Amsterdam, 1978), 201-205.

Scholten, F.W.J.,  ‘Johan Julius Sigismund baron Sloet 7 oktober 1845-24 februari 1919’, in: Honderd Jaar Gelre, Hilversum 1997, Werken ‘Gelre’ 50, 87-99.

Scholten, F.J.W., Ludolph Anne Jan Wilt baron Sloet van Beele 1806-1890, Griffier van de provincie Gelderland, Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië en Historicus”, in: Biografisch Woordenboek Gelderland, deel II, 94.

Rhede van der Kloot van,M.A., Gouverneurs-Generaal en Commissarissen-Generaal van Nederlandsch-Indië 1610-1888.

Ver Huell, Q.M.R. Mijn herinneringen aan een reis naar Oost-Indië werd in 2008, aangevuld met een serie van ruim honderd Indische aquarellen van Ver Huells hand, herdrukt door de Walburg Pers als deel 107 in de onvolprezen maritieme reeks ‘Werken van de Linschoten-Vereniging’.

http://www.joostbruinsma.nl/jfdbruinsmaoudste.html, korte biografie van Jozef Bruinsma (1846-1913).

http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/2_Ludolph_Anne_Jan_Wilt_baron_Sloet