KOLONIALE WANDELING SANTPOORT

Planters, boeken en de miljoenen van Deli

Hoge en lage cultuur ontmoeten elkaar in Santpoort. Want deze wandeling begint bij het buitenhuis van een van de rijkste Nederlanders rond 1900, Jacob Cremer. Hij verdiende een fortuin in de tabakscultures op Deli in noordoost-Sumatra. Daarvoor lieten hij en andere planters wel duizenden contractarbeiders aanvoeren, die daar onder een uitzonderlijk streng regime en erbarmelijke omstandigheden moesten werken. Het was een latere plaatsgenoot van Cremer, de schrijfster Madelon Székely-Lulofs, die in haar populaire romans rond 1930 aandacht vroeg voor het lot van deze ‘koelies’. De wandeling eindigt bij haar vroegere woonhuis. Tussen beide ligt een mooie duin- en strandwandeling en het huis van het uitgeversechtpaar Mees-Verwey. Hun belangstelling voor de ‘hogere’ oosterse cultuur zetten zij om in een boekenreeks: de Oostersche Bibliotheek.

Lengte wandeling:
17 km
Startpunt
Station Santpoort-Noord
Eindpunt:
Station Santpoort-Zuid
Parkeerplaats:
Station Santpoort-Noord

Horeca:
Santpoort
strandpaviljoen Parnassia

Ook geschikt voor andere GPX apparaten

De route

  1. Ga met je rug naar het station staan en sla dan rechtsaf, richting Duin en Kruidberg (voetgangers). Ga rechtsaf de spoorwegovergang over en loop de brede beukenlaan op. Links ligt een weiland,  rechts ligt landhuis Kennemergaarde. Dit landhuis werd in 1912 gebouwd door Jacob Cremer voor zijn zoon Herbert. Jacob Cremer was een koloniale ondernemer die hier meer liet bouwen, zoals straks zal blijken. Aan het eind van de laan (Kennemegaarderweg) rechtdoor en het voetpad op langs de Duin en Kruidbergerweg (bordje Brederoderoute). Rechts wordt het landhuis Duin en Kruidberg zichtbaar. Ga op de Duin en Kruidbergerweg tussen huisnr 72 en 74 het smalle weggetje in dat uitkomt op de parkeerplaats van Natuurmonumenten. Loop met de bocht naar links over de parkeerplaats naar de ingang van het landgoed Duin en Kruidberg. De ingang is gemarkeerd met twee stenen zuilen.
Duin_en_Kruidberg

Duin- en kruidberg

  1. Sla net voor het informatiebord van Natuurmonumenten rechts voor de zuilen rechtsaf het bospad in. Neem het eerste pad rechts (er staat rechts bij de kruising een paaltje met zwarte en groene pijlen) en loop over de weide naar het landhuis Duin en Kruidberg. Ook dit landhuis is gebouwd in opdracht van Jacob Cremer. Binnen zijn nog enkele stijlkamers met koloniale artefacten te vinden.
  1. Loop na je bezoek aan het landhuis dezelfde weg terug: over de weide, via het bospad naar de ingang met de twee zuilen. Links van de linkerzuil begint een blauw gemarkeerde wandeling van Natuurmonumenten, de Cremerroute. Sla dit voetpad in en blijf de blauwe pijlen volgen tot aan de strandopgang. Onderweg kom je na geruime tijd langs het Cremermeer,  genoemd naar onze koloniale grootondernemer. Cremer liet dit meer uitgraven, verkocht het zand, en zette er vis uit. Natuurmonumenten heeft het meer in 2012 deels opgevuld zodat waterplanten en amfibieën hier makkelijker kunnen leven.
  1. De blauwe route eindigt bij de strandopgang Duin en Kruidberg. Hier klim je naar boven en op het strand sla je links af. Loop door tot de tweede strandopgang naar het bekende strandpaviljoen Parnassia.
  1. Houd het restaurant aan je linkerhand en loop in de richting van een parkeerplaats. Vanaf de houten wandelrichtingwijzer volg je de blauw gekleurde wandeling.  Je loopt langs de parkeerplaats aan je rechterhand en na een bocht naar links rechtdoor, richting Santpoort, de blauwe route. Negeer het eerste voetpad naar links met witte paaltjes. Bij het einde van het speelterrein (bordje aan je rechterhand) sla je linksaf een schelpenvoetpad in, je blijft nog steeds de blauwe route volgen. Na 300 meter kom je bij een trap die je boven op de Hazenberg brengt, een mooi uitzichtpunt. Wij blijven echter de blauwe route onder langs het duin volgen. Het voetpad komt uit op een klinkerweg, die langs het Vogelmeer voert. Hier ga je linksaf  en verlaat je de blauwe route.
  1. Je komt uit op een driesprong met verschillende richtingaanwijzers. Sla hier het brede zandpad naar rechts in, richting Santpoort 5 km ( rechts staat een wit/rood kruis). Je houdt het meer aan je rechterhand. Al snel duiken er rode paaltjes op die je volgt. De wandeling voert door een stuk bos. Direct nadat je uit het bos komt, op een driesprong met richtingaanwijzer, linksaf richting Santpoort, de gele paaltjesroute volgen. Op de volgende viersprong rechtdoor, gele paaltjesroute blijven volgen. Negeer een afslag naar rechts naar de Starreberg.
  1. Het pad komt uit op een fietspad. Hier rechtsaf over het voetpad richting Santpoort 2,9 km. Houd bij de viersprong rechts aan, het voetpad met een rood paaltje. Blijf de rode route volgen. Het voetpad komt opnieuw uit op het fietspad. Kruis het fietspad, rechtdoor door een hekje het voetpad in dat na 1o meter rechts afbuigt. Het voetpad is met een geel/rood paaltje gemarkeerd. Blijf het geel/rood gemarkeerde pad volgen, kruis het fietspad opnieuw, en even later wordt het pad ook met groen gemarkeerd. je komt nogmaals uit op een fietspad. Ga hier rechts en direct links, nog steeds de geel/rood/groen gemarkeerde route aanhouden. Blijf deze geel/rood/groen gemarkeerde route volgen die tenslotte uitkomt op een parkeerplaats.
  1. Steek de parkeerplaats recht over, passeer de slagboom (de route is nog steeds geel/rood gemarkeerd). Steek ook deze tweede parkeerplaats over. Aan het eind van de parkeerplaats rechtsaf, en vervolgens het eerste paadje linksaf. Steek de asfaltweg over en ga rechtdoor het fietspad op tussen de hockeyvelden door. Je komt uit op een brede verkeersweg, Brederodelaan. Steek deze verkeersweg over en ga aan de overkant min of meer rechtdoor, de Cornelis Schulzlaan in. Bij een T-splitsing linksaf, Cornelis Schulzlaan  vervolgen. Bij de volgende driesprong rechtsaf, nog steeds Cornelis Schulzlaan.

Vinkenbaan 33 

  1. Aan het eind bij een vijfsprong rechtsaf, Duinlustparkweg. Vervolgens de tweede straat links, Vinkenbaan. Ons doel is het huis Vinkenbaan 33, waar in de jaren 1920 het uitgevers echtpaar Conno Mees en Mea Verwey woonde. Zij gaven van 1926 tot 1932 de Oostersche Bibliotheek uit.

Wüstelaan 27

  1. Loop de Vinkebaan helemaal af, sla aan het eind op de T-splitsing rechtsaf, houd rechts aan voor het station en sla na het station linksaf, Wüstelaan.  Loop deze af tot de Y-splitsing, ga daar rechtsaf, nog steeds Wüstelaan, tot aan de linkerkant Wüstelaan nr 27. Op Wüstelaan 27 vestigde de schrijfster Madelon Székely-Lulofs zich na haar leven in Nederlands-Indië.
  1. Dit was de laatste stop van deze koloniale wandeling. Loop dezelfde weg terug naar Station Santpoort-Zuid.

Cremerzaal in landhuis
Duin- en Kruidberg


Landhuis Duin en Kruidberg

Landgoed Duin en Kruidberg heeft letterlijk een rijk koloniaal verleden. In 1634 kocht de Amsterdamse koopman en bewindvoerder van de Verenigde Oost-Indische Compagnie het landgoed Duin en Berg. Na hem volgden nog diverse gefortuneerde rustzoekers uit de Amsterdamse elite. Zij voegden de landgoederen Duin en Berg en Kruidberg samen. In 1885 kocht de ondernemer in Jacob Cremer en zijn Engelse vrouw Annie Hermine Hogan het landgoed. Zij lieten er van 1909 tot 1909 een landhuis bouwen, dat toentertijd het grootste in zijn soort in Nederland was. Onder invloed van Cremers vrouw kreeg het de uitstraling van een Engels ‘country house’. Ook de tuinen erom heen hebben een typisch Engels karakter.

Na Cremers dood in 1923 bleef het huis tot 1961 in handen van de familie Cremer, die actief bleef in de Indische tabak en rubber en in de high society van Nederland. Na de oorlog fungeerde het herenhuis nog als opvangcentrum voor repatrianten uit Nederlands-Indië, vervolgens als vakantieoord voor werknemers van de Nederlandsche Handel-Maatschappij – die het in 1961 had gekocht – en als conferentieoord van ABN-AMRO. Sinds 2002 is in het pand een hotel met brasserie gevestigd. Op de benedenverdieping zijn vijf authentieke stijlkamers te bezichtigen, mits ze niet in gebruik zijn. Ze zijn zeker een bezoekje waard.

Het echtpaar Cremer bij aankomst op Deli jaren 1870

Contractarbeiders in een Tabaksschuur,
Deli ca. 1900 
(Tropenmuseum)


Jacob Cremer (1847-1923)

Jacob Theodoor Cremer stamde uit een geziene familie, maar zijn ouders hadden het niet breed. In plaats van naar een universiteit, ging hij werken bij de Nederlandse Handels Maatschappij. Deze stuurde hem in 1871 naar Deli, Oost-Sumatra. Daar was twee jaar eerder de Deli-Maatschappij opgericht, die zich toelegde op de tabaksverbouw. Dat bleek een zeer lucratieve handel. Het Deli-dekblad voor sigaren is nog steeds beroemd. Als CEO (hoofdadministrateur) maakte Cremer de Deli-maatschappij groot. En de Deli-maatschappij maakte hem tot een belangrijk en rijk man. De tabaksplantages dreven op het werk van duizenden ‘koelies’, contractarbeiders uit China, later uit Java. Zij waren nagenoeg rechteloos door de zogenaamde koelie-ordonnantie die de Tweede kamer in 1880 aannam. Het was Cremer die bij de kamerleden had gelobbyd voor deze wet. In 1902 stelde de advocaat J. van den Brand het mensonwaardige leven van de contractarbeiders op de plantages van de Deli-Maatschappij aan de kaak in zijn brochure De millioenen uit Deli. Een onderzoek door justitie volgde, dat in 1903 een ontluisterend en onthutsend rapport opleverde. Cremer ging hierbij zeker niet vrijuit. Als directeur van de Deli-Maatschappij, liberaal kamerlid (1884-1897 en 1901-1905) en minister van koloniën (1897-1901) had hij weet van deze wantoestanden en was hij in een positie om daaraan iets te veranderen. Dat gebeurde niet. Het onderzoeksrapport verdween in een diepe la en alles bleef op Deli zoals het was.

In 1905 trok Cremer zich voorlopig terug uit de politiek en keerde terug naar het bedrijfsleven. In 1907 werd hij president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Datzelfde jaar begonnen hij en zijn vrouw op hun landgoed aan de bouw van hun nieuwe landhuis in Engelse stijl. In 1909 ontving Cremer hier, terwijl de verf amper droog was, de deelnemers aan het Internationaal Koloniaal Congres dat hij had helpen organiseren. Onder hen was prins Hendrik, de man van koningin Wilhelmina. Het congres was de opmaat voor de oprichting van de Vereeniging Koloniaal Instituut een jaar later. Doel was onder meer in Amsterdam een koloniaal museum te vestigen en de bevolking positieve informatie te verschaffen over Nederlands-Indië. Drie jaar na Cremers dood in 1923 opende het Koloniaal Instituut in Amsterdam zijn deuren. Het Tropenmuseum is de erfgenaam van dit instituut.

Pagina uit Indisch Dagboek van Elout


De Oostersche bibliotheek van Conno Mees en Mea Verwey

Op Vinkenbaan 33 woonde in de jaren 1920 Constantinus Alting (Conno) Mees (1894-1978) en Mea Verwey (1892-1978). Het echtpaar richtte in 1919 de uitgeverij C.A. Mees op die van 1926 tot 1932 de Oostersche Bibliotheek uitgaf. Conno Mees stamde uit een patriciërsfamilie die ook handelsbanden had met Nederlands-Indië. Hij was in Batavia (Jakarta) geboren en al jong naar Nederland gekomen voor zijn schoolopleiding. Op de Leidse universiteit waar hij Indische letteren studeerde ontmoette hij Mea Verwey, die daar Nederlandse letteren studeerde. Mea was de dochter van de vermaarde Nederlandse dichter Albert Verwey. Ook zij was dichteres. In 1918 huwde het stel en begonnen zij  – eerst als hobby – een uitgeverij. Zij lieten zich leiden door hun persoonlijke smaak en relaties. Zo gaven zij veel werk uit van vader Verwey en diens literaire vrienden. Conno Mees had zijn zinnen gezet op het uitgeven van ‘Oosterse literatuur’. In 1926 ging de Oostersche  Bibliotheek van start. Het eerste boek dat daarin verscheen was het Indisch dagboek van de journalist C.K. Elout. Meer boeken van vakgenoten en studievrienden volgden, maar na zes jaar was het afgelopen. De economische crisis maakte de ‘goede boeken’ van de Oostersche bibliotheek te duur. Bovendien liep het huwelijk tussen de twee uitgevers stuk. In 1936 volgde de officiële scheiding. Mea zette de uitgeverij alleen voort – zij was de eerste vrouwelijke uitgever van Nederland. Conno Mees werkte verder als leraar Maleis zoals hij sinds zijn studie al deed. In 1935 promoveerde hij en vertrok naar Bandung (West-Java) waar hij docent Maleis werd aan de Technische Hogeschool. Na de oorlog doceerde hij in Kuala Lumpur en Sydney.

Madelon Székely-Lulofs 

Straffen van een contractarbeider op Deli


Madelon Székely-Lulofs (1899-1858)

Madelon Lulofs (1899-1958) werd geboren in Soerabaja als dochter van een bestuursambtenaar in Nederlands-Indië. Haar vroege jeugd woonde ze in Atjeh, noord-Sumatra. Daar voerde Nederland vanaf 1873 een veroveringsoorlog. Deze Atjeh-oorlog zou later nog een inspiratiebron voor Madelon Lulofs zijn. Toen ze negentien was, trouwde ze met een Nederlandse burgemeesterszoon die een baan had gekregen op een rubberplantage op Deli, een belangrijk plantagegebied aan de kust van noordoost-Sumatra. Daar ontdekte Madelon haar schrijftalent. Ze schreef satirische gedichten en korte verhalen over het plantersleven. Haar man moest hier niets van hebben. Toen Madelon een relatie kreeg met zijn collega, de Hongaar László Székely, en het stel over de tong ging bij de hele plantersgemeenschap, was het huwelijk voorbij. Haar twee dochters werden aan haar man toegewezen. Met haar Hongaar keerde ze in 1929 terug naar Deli. Maar de roddelzieke plantersgemeenschap keek hen met de nek aan en een jaar later vertrokken ze, met hun jonge dochter, naar Hongarije.

Ondertussen had Madelon kans gezien haar eerste roman te schrijven, Rubber. Daarin haalde ze haar gram op de bekrompen Delische planters. Ze zette hen weg als gewetenloze patjepeeërs, die alleen oog hadden voor hun salaris, bonus en pensioen. Het boek dat in 1930 uitkwam was een bestseller. Herdruk op herdruk volgde, het boek werd in het Engels en Duits vertaald en in 1936 zelfs verfilmd. In haar tweede roman, Koelie, beschreef ze het erbarmelijke bestaan van de Chinese en Javaanse contractarbeiders op de plantages. DIt boek viel minder goed bij de recensenten, omdat het te politiek zou zijn. In 1936 schreef ze haar toen meest omstreden boek: Hongertocht. Het is het ‘waar gebeurde’ verhaal over een kleine groep van het koloniale leger die tijdens een patrouille op Atjeh verdwaalt. Maar een paar man overleefden de tocht. Dat was andere kost dan de heldenverhalen waaraan het publiek gewend was.

Toen Hitler in 1938 Oostenrijk annexeerde, vluchtte het echtpaar naar Nederland en streek neer in Santpoort, dat leek op het Hongaarse villadorp waarin het stel had gewoond. Na een verblijf in drie pensions kochten ze in juli 1940,  direct na de Duitse inval in Nederland, het huis aan de Wüstelaan 27. Madelons joodse man vertrok het jaar erop naar Hongarije. Daar overleefde hij de oorlog, maar bezweek in 1946 aan een hartaanval. Madelon had haar huis in 1944 op Duits bevel verlaten vanwege de bouw van de Atlantikwal. Zij keerde er na de bevrijding terug en schreef er Tjoet Nja Din. Het was een geromantiseerde biografie over de Atjehse vorstin die tijdens de Atjeh-oorlog de ziel was geweest van het verzet tegen Nederland. Het Nederlandse publiek had er geen belangstelling voor. Het had genoeg aan de dekolonisatieoorlog om Indonesië van 1945 tot 1950. Maar in Indonesië verscheen in 1988 een film over deze Indonesische heldin. Madelon maakte dat niet meer mee. In 1951 had ze haar huis in Santpoort verkocht, omdat ze emigratieplannen had. Maar het bleef bij Amsterdam, waar ze in 1958 stierf.

De Deli-romans van Madelon Lulofs, Rubber en Koelie, zijn nog steeds de moeite van het lezen waard. We weten inmiddels dat het leven op de plantages zoals zij dat beschrijft in werkelijkheid nog schrijnender was. Maar zij verhulde in ieder geval niet wie er opdraaide voor de miljoenen uit Deli.

Bronnen
Lisa Kuitert, ‘Mia Verwey en Uitgeverij Mees (1919-1968). Een bolwerk van beschaving’, Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis, jrg 12 (2005) 131-144.
Francis Knikker, Gedoemd om te mislukken. De Oostersche Bibliotheek van Uitgeverij C.A. Mees in har sociaal-culturele en literair-historische context. MA scriptie UvA, s.a.
C. Fasseur, Cremer, Jacob Theodoor (1847-1923) op
htpp://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn1/cremer
Kees Kuiken Magdalena Hermina Lulofs (1899-1958) op: http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Magdalena%20Lulofs
Frank Okker, Tumult. Het levensverhaal van Madelon Székely-Lulofs (Amsterdam 2008).
Natuurmonumenten: wandeling Duin en Kruidberg
NS-wandeling Kennemerduinen
www.duin-kruidberg.nl/NL/historie
www.wikipedia/landgoed duin en kruidberg, Jacob Theodoor Cremer.