KOLONIALE WANDELING BAARN

Rijk, rijker, rijkst

Deze wandeling voert langs een flink aantal villa’s in Baarn en enkele landhuizen daarbuiten. Deze kapitale panden werden ooit gebouwd of gekocht door lieden die een fortuin hadden verdiend in de Nederlandse koloniën in Azië of het Caribisch gebied. Zij vestigden zich na gedane zaken graag in Baarn. Baarn was al sinds de 17e eeuw een plaats voor de happy few. Rijke Amsterdamse kooplui-regenten lieten hier landhuizen bouwen om ‘s zomers aan de stinkende stad te kunnen ontsnappen, van het buitenleven te genieten en natuurlijk hun rijkdom te etaleren. De nabijheid van het jachtslot Soestdijk – sinds 1674 in handen van de Oranjes – gaf Baarn bovendien extra allure.

Lengte wandeling:
17 km
Start- en eindpunt:
Station Baarn
Parkeerplaats:
P&R Station Baarn

Horeca:
Baarn-dorp
Kasteel Groeneveld

Ook geschikt voor andere GPX apparaten

De route

  1. Met je rug naar het stationsgebouw rechts aanhoudend het Stationsplein oversteken. Blijf rechtdoor lopen: Koningsweg. Blijf rechtdoor lopen tot deze straat uitkomt op de Stationsweg. Sla deze naar links in. Vervolgens de eerste straat rechts, Javalaan. Kort daarna op de T-splitsing linksaf, Javalaan aanhouden. Aan deze Javalaan zijn enkele villa’s te vinden met koloniale wortels. Als eerste, direct links op Javalaan 3, villa Peking.
  1. Iets verder aan de linkerstraatzijde, op Javalaan 7 – herkenbaar aan twee smeedijzeren roodgeverfde ornamenten, Villa Canton (zichtbaar als je de oprijlaan een stukje oploopt). Weer iets verder stond aan de rechterkant (achter het appartementencomplex Javalaan 20) villa Java, waarnaar de Javalaan is genoemd. Iets verder, Javalaan 24, ligt villa Madoera. Villa Madoera is het koetshuis van de afgebroken villa Java. Nog wat verder passeer je de Javastraat (links). Daar staan onder andere huizen die zijn gebouwd voor het personeel van de villa’s Peking en Canton. Nog iets verder aan de linkerkant (Javalaan 7a/b/c) zijn het koetshuis en het zadelhuis van villa Canton te zien. Tenslotte is op nr. 11 de charmante villa te vinden die in 1908 werd gebouwd voor de familie Stous Sloot.
  1. Ga aan het eind van de Javalaan linksaf en direct daarna schuin links oversteken naar de ingang van het Cantonspark. Loop in het Cantonspark rechtdoor (neem bij de splitsingen steeds de linkervork), tot aan je rechterhand de kas verschijnt, de zogenaamde Wintertuin. Loop bij de ‘rotonde’ rechtdoor en sla net voor de andere ingang van het park linksaf. Je loopt achter de Wintertuin langs terug naar de ingang. Bij de uitgang van het Cantonspark rechtsaf, de Faas Eliaslaan in.
  1. Aan de Faas Eliaslaan nr 9 vinden we Huis Schoonoord. Ook dit kapitale huis werd in 1800 gebouwd in opdracht van Reinhard Scheerenberg die eerder ook al opdracht had gegeven voor de bouw van de villa’s Peking en Canton. We lopen verder langs de Faas Eliaslaan die na een viersprong overgaat in de Kerkstraat. Aan de Kerkstraat 25 ligt huize Maria Oord, waar de kina-specialist Karel Wessel van Gorkom jarenlang woonde.
  1. Loop de Kerkstraat uit. Ze gaat over in de Dalweg. Op de viersprong rechtsaf: Eemnesserweg. Op de rotonde rechtdoor: Eemnesserweg vervolgen. Na 100 meter linksaf een bospad in. Blijf het licht stijgende bospad omhoog volgen. Houd het hertenkamp aan je rechterhand. Bovenaan gekomen rechtsaf langs het hertenkamp en na 20 meter linksaf een smal voetpad in, dat langs een speeltuintje voert. Direct daarna op de viersprong linksaf het bospad in. Je komt uit op een verharde weg die je naar rechts inslaat: Ringweg.
  1. Na de bocht ligt op nr. 2 De Harscamp, gebouwd in opdracht van jhr. Laurens Pieter Dignus op ten Noort. Loop rechtdoor. Je komt uit op de Wilhelminalaan. Linksaf. Op Wilhelminalaan nr. 3 ligt villa Parkwijk, vanaf 1912 de residentie van oud gouverneur-generaal Carel Herman Aart van der Wijck.
  1. Loop de  Wilhelminalaan verder af tot rechts een vijver verschijnt. Sla rechtsaf (Emmalaan) langs de linkeroever van de vijver. Net voor het einde van de vijver linksaf: Anna Pauwlonalaan. Op een viersprong rechtdoor. De laan eindigt op een T-splitsing, waarbij een bospad rechtdoor gaat. Sla dat bospad in en 20 meter verder rechtsaf, het voetpad langs het spoor. Aan het eind komt het pad uit op een grasveldje.  Rechtdoor de verkeersweg oversteken en dan linksaf, de koningin Emmabrug over. Na de brug niet het fietspad op maar het pal ernaast gelegen voetpad naar rechts inslaan (bord Roosterbos). Volg dit onverharde pad schuin naar links, negeer een afslag naar rechts. Na ruim 100 meter kom je bij een Y-splitsing. Kies de rechtervork en loop verder tot het eind van het pad.
  1. Sla rechtsaf tot aan de zandweg met naastliggend fietspad. Ga rechtsaf in de richting van paddenstoel 24051 en sla daar linksaf. Je komt uit bij Bosbad de Vuursche, maar net voordat je dat bereikt, sla je rechtsaf, een onverharde weg met naastliggend fietspad in, H. Voorveldlaan. Al na 15 meter neem je het pad naar rechts. Op de twee Y-splitsingen hou je links aan. Je komt uit bij een hek met daarachter de spoorlijn. Sla hier rechtsaf (rood-witte markering). Na 300 meter linksaf, met een hoge trap over de spoorlijn.
scouting bogor
  1. Aan de overzijde van het spoor linksaf. Daarna het eerste pad rechts. Rechtdoor blijven lopen, ook bij een slagboom met bordje scouting Buitenzorg. Rechtdoor over het scoutingterrein. Direct nadat je klimtoestellen (rechts) bent gepasseerd sla je rechtsaf, een onverhard pad met lantaarns met witte glazen bollen. Je komt uit bij het Kabouterhuis en loopt rechtdoor naar het oude koetshuis van villa Buitenzorg. Recht voor je, achter de bel, een schildje van scouting Bogor. Die Indonesische plaats heette in de koloniale tijd Buitenzorg en hieraan ontleent de villa zijn naam. Loop rechts langs het koetshuis tot je de verkeersweg (asfalt) bereikt. Sla hier linksaf  (fietspad) en direct aan je linkerhand ligt villa Buitenzorg.
  1. Loop Villa Buitenzorg voorbij en sla de eerste weg links in richting tuincentrum, maar bij de ingang van het tuincentrum rechtdoor de brede zandweg op. Na ca. 150 meter, waar dit pad naar links buigt, loop je rechtdoor. Als rechts het bos heeft plaats gemaakt voor weiland sla je op de viersprong rechtsaf. Loop rechtdoor tot Kasteel Groeneveld.
  1. Na het bezoek aan Kasteel Groeneveld loop je terug richting viersprong. Sla voor de viersprong rechtsaf over de witte brug het park in. Volg het eerste pad naar rechts tot na de brug. Sla rechtsaf. Verderop neem je het pad naar rechts dat tussen de rododendrons slingert. Na het bruggetje kort rechtdoor en dan het pad rechtsaf volgen. Na de volgende brug de eerste afslag links. Op de viersprong het (gras)pad links. Je houdt het water aan je rechterhand en loopt het pad helemaal uit. Ga voor de brug linksaf en sla direct na de bank het smalle bospad naar rechts in. Na een paar meter houd je links aan. Je kruist een asfaltweg en gaat rechtdoor de onverharde weg op, met rechts een fietspad. Rechts van de weg ligt de boerderij Oost-Indië, die voor zover bekend geen koloniale wortels heeft. Ga de spoorwegovergang over.
  1. Circa 50 meter na de spoorwegovergang sla je linksaf een bospad in (wit-rode markering), dat parallel loopt aan het spoor. Het pad komt uit op een fietspad bij een bank en een bosvijver. Je volgt het fietspad linksaf. Iets verder loopt naast het fietspad weer een breed (wandel)bospad. Het fietspad draait na enige tijd naar rechts weg van het spoor. Blijf het fietspad volgen tot je weer bij Bosbad De Vuursche uitkomt.
  1. Bij paddenstoel 24055/001 ga je linksaf het bospad met naastliggend fietspad op. Je loopt rechtdoor tot paddenstoel 24051 en slaat daar rechtsaf. Sla kort daarop het eerste pad naar links in. Negeer alle afslagen tot je bijna op de verkeersweg bent beland. Het pad maakt hier een scherpe bocht naar links. Neem hierna het tweede pad rechts. Dat brengt je met twee bochten naar het fietspad naast een verharde weg. Hier linksaf en op het kruispunt rechtdoor, de lange laan in die in 1904 werd vernoemd naar luitenant-generaal  J.B. van Heutsz.
villa medan baarn

Villa Medan

  1. Blijf aan de linkerkant van de Van Heutszlaan lopen. Op de hoek met de tweede straat van links, de Beatrixlaan, stond rond 1900 villa Minareta en daarnaast de inmiddels ook gesloopte villa Kesawan. Loop verder tot de volgende kruising met de Julianalaan. Hier is op de hoek nog steeds villa Medan te vinden (Julianalaan 11).  Loop rechtdoor de Van Heutszlaan af. Net voor de spoorwegovergang ligt rechts Eethuys-Café De Generaal. Voor het station sla je net voor de spoorwegovergang linksaf, een verdiepte weg naar het station.
villa peking

De tegenwoordige villa Peking (Javalaan 3)


Villa Peking

De tegenwoordige villa Peking stamt uit 1910 en is de derde villa met die naam op deze plek. In 1791 liet Reinhard Scheerenberg (1769-1834) hier de eerste villa Peking bouwen. Iets verderop bouwde hij twee jaar later villa Canton. Van zijn plan om nog een derde villa (Nanking genaamd) te bouwen kwam niets terecht. De oorspronkelijke villa’s Peking en Canton waren gebouwd in Chinese stijl. ‘Chinoiserie’ was eind 18e eeuw sterk in de mode. Bovendien hadden vader en zoon Scheerenberg hun rijkdom te danken aan de handel op China. Thee en porselein uit China waren in Europa goud waard. Die handel op China verliep via de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), die in 1728 (opnieuw) in de handel op China was gestapt. De VOC handelde al sinds 1602 op Azië. In de Indonesische archipel had de VOC zich letterlijk ingevochten en was uitgegroeid tot een politieke macht van formaat. In China kreeg zij daarvoor geen kans. Het Chinese keizerrijk stelde alleen de haven van Kanton open voor handel met Europeanen. De VOC mocht louter gebouwen huren buiten de eigenlijke stad en alle handel verliep via een Chinese tussenhandelaar. Vader Scheerenberg die in het centrale bestuur van de VOC zat (de Heren XVII) was sterk betrokken bij de handel op China. Dat legde hem en zijn zoon geen windeieren. Zoon Reinhard gebruikte zijn kapitaal ook om in Baarn na 1795 een tapijtweverij op te zetten bij wijze van armoedebestrijding. Scheerenberg jr. moest in 1808 villa Peking verkopen. Vanaf 1815 was het buitenhuis in bezit van de Oranjes. In 1882 ging het pand over in handen van de burgemeester van Baarn, jhr. B.Ph. de Beaufort. Die brak de oncomfortabele woning in 1890 af en bouwde een nieuwe villa. In 1910 werd August Janssen de nieuwe eigenaar, die de huidige, derde Villa Peking liet bouwen.

De tegenwoordige villa Canton

PW Janssen

Peter Wilhelm Janssen (1821-1903) 
(publiek domein)


Villa Canton

Deze villa stamt uit 1910 en staat op de plaats waar in 1793 de eerste Villa Canton verrees. Reinhard Scheerenberg , die eerder villa Peking had laten bouwen, gaf ook opdracht voor dit bijzondere huis. Daarna was villa Canton net als villa Peking lange tijd in handen van de Oranjes. In 1890 kocht Peter Wilhelm Janssen (1821-1903) villa Canton. Janssen, afkomstig uit Oost-Friesland, was directeur van de in 1869 opgerichte Deli-Maatschappij. Deli is een streek in noordoost-Sumatra, die sinds 1862 behoorde tot de kolonie Nederlands-Indië. De planter Jacob Nienhuys (1836-1928) begon daar in 1863 een tabaksplantage. De tabak bleek van uitzonderlijke kwaliteit. Janssen, tot dan toe handelaar in Russisch graan, was een van de weinigen die durfde investeren in dit pioniersproject. In 1869 richtten beiden heren de Deli-Maatschappij op. Nienhuys zou voor de tabaksteelt op de plantages zorgen, Janssen voor de verkoop van de tabak in Amsterdam. De Deli-maatschappij was een doorslaand succes, althans voor de beide directeuren en de aandeelhouders die heel veel geld verdienden met hun investering. Het leverde Janssen ook de bijnaam ‘Koning van Deli’ op, hoewel hij de kolonie nooit zou bezoeken. Dat fortuin vergaarde de Deli-maatschappij wel ten koste van de contract-arbeiders op de plantages. Zij werden aangeworven in China en Java. Hun contract leverde hen uit aan de planters. Deze mochten hen straffeloos afbeulen en naar eigen inzicht met bikkelhard optreden – van mishandeling tot de doodstraf – in bedwang houden. In 1902 kwamen deze wantoestanden aan het licht, maar de vernietigende onderzoeksrapporten verdwenen al snel in een diepe Haagse bureaula. Tot 1931 bleef deze vorm van rechteloze contractarbeid bestaan. Wel moet gezegd dat Janssen een deel van zijn vermogen inzette voor sociaal doelen, vooral in Amsterdam en Oost-Friesland. Peter Wilhelm Janssen liet villa Canton na aan zijn zoon, August Wilhelm Janssen. Deze liet het oude bouwvallige huis in 1910 slopen en bouwde de tegenwoordige villa Canton. Overigens kreeg dit huis in de jaren 1960 vooral bekendheid door de Baarnse moordzaak.

villa madoera

Het  koetshuis van de vroegere villa Java 

Villa Java rond 1920

(publiek domein)


Villa Java

Villa Java, waarvan slechts het koetshuis (Javalaan 24) resteert, heeft deze laan zijn naam gegeven. Het huis werd waarschijnlijk rond 1862 gekocht door Charles William Paine Stricker (1833-1876). Hij was de zoon van de Deen Charles Ludwig Stricker (1798-1876), een handelaar die was geboren in een Deense kolonie in zuidoost-India. Stricker sr. zette  in 1833 samen met de Amerikaan Fritz Paine in Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië, een handelsonderneming op: Paine Stricker & Co. Paine stierf al een jaar later en in 1839 vertrok Stricker met zijn vrouw, Neeltje van der Plas (1804-1878), en vijf jonge kinderen naar Nederland. De handelsonderneming bleef op Java werkzaam tot eind jaren 1860. Charles William Paine Stricker, die vernoemd was naar zijn vaders handelshuis, trouwde in 1862 met Carolina Arnold (1841-1904) en overleed veertien jaar later in Baarn. Ook villa Java kwam rond 1900 in handen van de familie Janssen. Na de dood van August Wilhelm  Janssen vestigde de Utrechtse Universiteit hier in 1920 het Phythopathologisch Laboratorium. Onder leiding van Johanna Westerdijk (1883-1961), een van de eerste vrouwelijke hoogleraren in Nederland, werden hier schimmels onderzocht. Toen de universiteit in 1991 het laboratorium sloot, werd villa Java gesloopt en verrees op deze plek een appartementencomplex.

Javalaan 11

Javalaan 11 


Jan Willem Stous Sloot

Jan Willem Stous Sloot (1864-1936) en zijn vrouw Anna Maria Pas lieten in 1908 dit elegante landhuisje bouwen. jan Willem Stous Sloot was als 25-jarige begonnen bij de Deli-maatschappij op Noordoost-Sumatra. Als  ‘assistent’ moest hij toezien op de Chinese contractarbeiders, de ‘koelies’, die op de tabak- en later ook de rubberplantages werkten. Hun arbeidsomstandigheden waren erbarmelijk. De witte toezichthouders zoals Stous Sloot hadden het heel veel beter, al gold het plantersbestaan wel als primitief. De jonge Europeanen moesten bij uitzending ook ongetrouwd zijn en de eerste zes jaar ook ongehuwd blijven. Maar in Nederlands-Indië was het sinds de dagen van de VOC gebruikelijk dat een Europese (Nederlandse) man een relatie aanging met een Indonesische vrouw, een njai. Veelal waren het armoe, druk van de familie en dwang van de man die de vrouw geen andere optie liet dan een bestaan als njai. Christelijk Nederland sprak eind 19e eeuw schande van het concubinaat, maar dit ‘gebruik’ zou blijven bestaan tot in de 20e eeuw. Ook Jan Willem Stous Sloot ging een relatie aan met een Indonesische vrouw, Rebie. Rebie was, zoals iedere njai, rechteloos. Zij kon iedere dag worden afgedankt en het was aan de Europese man om kinderen uit de relatie te erkennen. Alleen dan hadden ze kans op Europese scholing. Jan Willem Stous Sloot erkende zijn zoon, Pieter (1892), die hij bij Rebie had verwekt. Hij stuurde hem op zijn zesde voor een schoolopleiding naar Zeist. De bronnen zwijgen in alle talen hoe zijn moeder dit ervoer en hoe het haar verder verging. In 1900 kwam Jan Willem zelf ook naar Nederland en trouwde nog dat jaar met de 22-jarige Anna Maria Pas. In 1908 trok het drietal in hun nieuwe huis aan de Javalaan. Pieter, die vliegenier wilde worden, stierf jong, al in 1915. Zijn vader volgde in 1936. Zij liggen samen in een graf op de oude begraafplaats aan de Berkenweg.

De wintertuin in het Cantonspark

August Janssen (1864-1918) (RKD)


Cantonspark

August Wilhelm Janssen (1864-1918) was de jongste zoon van Peter Wilhelm Janssen, de ondernemer die schatrijk was geworden door zijn aandeel in de Deli-Maatschappij. Net als zijn vader verdiende Janssen jr. een fortuin in de Indische landbouw. Hij was eigenaar en aandeelhouder van diverse grootlandbouwbedrijven op Java en Sumatra. Anders dan zijn vader werkte hij in zijn jonge jaren ook zelf op deze plantages. Na zijn huwelijk in 1896 met Ella de Ridder (1877-?) leidde hij zijn zakenimperium echter vanuit Amsterdam en later Baarn. Toen Janssen jr. in 1904 eigenaar werd van villa Canton kocht hij een deel van het tegenover liggende landgoed Schoonoord om daarvan een ‘overtuin’ te maken. Centraal punt daarin was de ‘Wintertuin’, een grote kas, gevuld met tropische planten en bomen waarin apen en vogels huisden. De gasten uit Nederlands-Indië werden bediend door een djongos uit de kolonie, zo luidt het verhaal. Veel kolonialer kon het niet. Maar August Janssen stak net als zijn vader een deel van zijn geld in sociale projecten. In Baarn zorgde hij in 1916 voor de bouw van een zwembad aan de Eem. De straat waaraan het gebouw van dit inmiddels verdwenen zwembad ligt, is naar hem vernoemd. Janssen jr. overleed in 1918, waarna de nieuwe eigenaar, de Universiteit Utrecht, het park inrichtte als botanische tuin. Sinds 1987 is de gemeente Baarn de nieuwe eigenaar van het Cantonspark. Zowel park als Wintertuin hebben de status van Rijksmonument.

K.W. van Gorkom

Karel Wessel van Gorkom 1835-1910 (publiek domein)


Karel Wessel van Gorkom

Karel van Gorkom, in 1835 geboren in Zutphen, was een van de eerste studenten aan de Utrechtse universiteit die werd opgeleid tot militair apotheker voor het koloniale leger, het KNIL. Veel kruitdamp snoof hij niet op. Al tijdens zijn studie had hij zich toegelegd op de bestudering van kina. Uit de bast van de kinaboom kon kina worden gewonnen en dat was weer de basis van kinine, een probaat middel tegen malaria. Die ziekte kwam overigens niet alleen in de tropen maar tot 1920 ook in Nederland voor. De kinaboom en -plant kwam oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Vanaf 1852 probeerde de Nederlands-Indische overheid ook op Java kina te telen. De jonge, goed opgeleide Van Gorkom leek dus in een gespreid bedje terecht te komen toen hij in 1856 naar Nederlands-Indië scheep ging. Maar de grote man van de kinacultures, Franz Wilhelm Junghuhn passeerde hem. Pas toen Junghuhn stierf in 1864 kreeg Van Gorkom zijn kans als directeur van de ‘gouvernementskinacultuur’. Omdat toen pas het kinazaad werd gevonden dat wel floreerde op Java, kwam onder zijn leiding de teelt goed op gang. Het werk op de kinaplantages van de koloniale overheid werd verzet door ‘vrije’ Javaanse arbeiders. Dat was bijzonder omdat op de andere overheidsplantages de bevolking gedwongen moest werken. Dat was het zogenaamde cultuurstelsel dat vanaf 1870 geleidelijk werd afgeschaft. In 1875 werd Van Gorkom hoofdinspecteur van de suiker- en rijstcultuur en in 1880 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Baarn. Hij bleef actief als docent aan de landbouwschool in Wageningen en schreef zowel wetenschappelijk werk als krantenartikelen. Ook was hij lid van de Baarnse gemeenteraad. In 1910 stierf hij. Zijn graf is terug te vinden op de oude begraafplaats aan de Berkenweg.

De Harscamp Baarn

De Harscamp

jhr. Laurens Pieter Dignus op ten Noort (1847-1924)

(publiek domein)


Jhr. Laurens Peter Dignus op ten Noort

Laurens op ten Noort, in 1847 geboren in Zutphen, was opgeleid tot officier bij de Koninklijke Marine maar verruilde in 1876 de oorlogsvloot voor de koopvaardij. Hij werd inspecteur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Die rederij en de Rotterdamse Lloyd richtten in 1888 de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, de KPM, op. De KPM werd de belangrijkste scheepvaartmaatschappij in de Indonesische archipel voor het vervoer van passagiers en vracht (‘de paketvaart’ in de 19-e eeuwse spelling). Maar voor het zover was moest Laurens op ten Noort afreizen naar de kolonie. Hij vertrok in 1888 en bleef tot 1893 om de KPM ter plekke te organiseren. Het waren tropenjaren: schepen, dienstregelingen, personeel, contracten, alles moest worden geregeld. Maar op nieuwjaarsdag 1891 konden de eerste schepen van de KPM van wal steken. De KPM speelde een sleutelrol in de uitbreiding van het Nederlandse koloniale bewind in de archipel. Zij zorgde voor geregelde verbindingen tussen alle Nederlandse bestuursposten en zorgde voor het vervoer van de troepen als er om het gezag in een gebied moest worden gevochten. De eerste keer dat haar militaire belang bleek was in 1894. Na een grote nederlaag van het koloniale leger op Lombok voerde de KPM binnen een week verse troepen aan (zie hieronder Van der Wijck). De KMP was een particuliere onderneming maar kreeg wel overheidssteun, omdat zij ook verliesgevende lijnen naar de verste uithoeken van het imperium onderhield. Bovendien had zij een monopoliepositie als het ging om troepenvervoer. Op ten Noort kwam in 1893 uitgeput terug in Nederland. Hij werd directeur van de Stoomvaart Maatschappij Nederland en lid van de raad van bestuur van de KPM. In 1911 liet hij in Baarn dit kapitale landhuis bouwen. De glas-in-loodramen van de villa geven heel toepasselijk een vloot aan zeil- en stoomschepen te zien. In 1924 overleed de grote reder in Baarn waar hij ook werd begraven.

C.H.A. van der Wijck

jhr Carel Herman Aart van der Wijck (1840-1914)

(L. Storm van ‘s-Gravensande, 1900, Rijksmuseum)


Jhr. Carel Herman Aart van der Wijck

Carel van der Wijck (1840-1914) werd op Ambon geboren waar zijn vader bestuursambtenaar was. Hij volgde in diens voetsporen. Na een opleiding aan de Indische bestuursopleiding in Delft werd hij in 1863 benoemd tot Indisch ambtenaar. Hij bracht het in 28 jaar tot de een na hoogste rang: vice-voorzitter van de Raad van Nederlands-Indië. In 1891 keerde hij terug naar Nederland. Maar al in 1893 vertrok hij weer naar de kolonie als lid van de raad van bestuur van de Koninklijke Paketvaart maatschappij (KPM), het bedrijf dat net op poten was gezet door zijn latere buurman Laurens op ten Noort. Nog datzelfde jaar werd Van der Wijck benoemt tot de hoogste post in de kolonie: die van gouverneur-generaal. Hij ontpopte zich als een kordate empire-builder, die bloedige campagnes niet schuwde om het Nederlandse bewind uit te breiden.
In 1894 greep hij in in een burgeroorlog tussen de Balinese heersers en de autochtone bevolking op Lombok. Doel was de macht van de Balinese heersers over te nemen. De expeditiemacht van het KNIL liep echter tegen de grootste nederlaag in zijn geschiedenis aan. Onmiddellijk stuurde Van der Wijck versterkingen met de schepen van de KPM. Een nietsontziende campagne volgde waarin de hoven van de Balinese vorsten letterlijk met de grond gelijk werden gemaakt nadat de schatkamers grondig waren geplunderd. De schat van Lombok is nog steeds in Nederland te zien. Hendrik Colijn, de latere minister-president, nam als jong officier deel nam aan de expeditie. 100 jaar later bleek dat hij niet had ingegrepen bij de wraakoefeningen van zijn soldaten.
Ook in 1896 reageerde Van der Wijck direct toen een van de Atjhese krijgsheren in Nederlandse dienst, Teuku Umar, ‘overliep’. Daardoor dreigde Nederland de Atjehoorlog na meer dan twintig jaar alsnog te verliezen. Van der Wijck stuurde extra troepen die een harde ‘tuchtiging’ uitvoerden. Vervolgens benoemde Van der Wijck Jo van Heutsz tot commandant in Atjeh met de antropoloog/islamkenner Snouck Hurgronje als zijn rechterhand. Het was een kredietbenoeming die Van Heutsz waarmaakte. Daarbij schuwde ook hij extreem geweld niet om zijn doel te bereiken, al had hij anders beloofd.

Na zijn terugkeer in Nederland in 1899 vestigde Van der Wijck zich in 1910 in Baarn. Hij liet Villa Parkwijk in 1912 ingrijpend verbouwen maar stierf al twee jaar later.

villa buitenzorg
bogor 1809

Paleis te Bogor 1809 en tegenwoordig 
(Wikipedia)


Villa Buitenzorg

Villa Buitenzorg is van 1838 tot 1840 gebouwd in opdracht van Johanna Louisa van Tets (1778-1864), de derde vrouw van de in 1836 overleden jonkheer Joan Huydecoper van Maarsseveen (geb. 1769). Johanna Louisa van Tets stamde uit een Indische familie. Haar vader Arnold Adriaan van Tets (1738-1792) maakte carrière bij de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie). Hij klom op tot opperkoopman. Haar moeder, Wilhelmina Jacoba Hartingh (1750-1813) was geboren, getogen en getrouwd in Batavia, het huidige Jakarta, toen de hoofdstad van het VOC-imperium in Azië. Aan de Indische achtergrond van de weduwe dankt villa Buitenzorg haar naam. De naam Buitenzorg verwijst naar het buitenhuis of paleis van de gouverneur-generaal, de hoogste baas van de VOC in Azië. De eerste gouverneur-generaal die in 1745 in Buitenzorg, tegenwoordig Bogor, een groot buitenhuis liet bouwen was G.W. baron Willem van Imhoff. Batavia lag aan zee en was zeer ongezond (‘het kerkhof der Europeanen’). Geen wonder dat Van Imhoff zijn heil zocht in Buitenzorg, dat wat hoger lag, koeler was en daardoor ook wat gezonder dan Batavia. Het buitenhuis van Van Imhoff werd in 1809 en 1819 flink verbouwd en gerenoveerd. Nadat een aardbeving het buitenhuis in 1834 verwoestte, verrees in 1856 op dezelfde plek het ‘paleis’ dat we nu nog in Bogor kunnen zien. Dit gebouw deed tot 1949 dienst als ambtswoning van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Tegenwoordig is het een van de paleizen van de Indonesische president. De villa in Baarn lijkt helemaal niet op de opeenvolgende paleizen die in Buitenzorg/Bogor zijn gebouwd. Alleen de houten jaloezieluiken zijn bij Indische huizen vaker terug te vinden. De Baarnse villa was ook geen paleis maar werd sinds 1840 gebruikt als ‘bewaarschool voor arme kinderen’. Toch is er nog wel een band tussen dit Baarnse Buitenzorg en het Indonesische Bogor. De plaquette uit 1991 aan de achterkant van het koetshuis (nu het scoutingmuseum) herinnert aan de band tussen de scoutinggroepen in beide plaatsen.

kasteel groeneveld

Beeldengroep Kasteel Groeneveld


Kasteel Groeneveld

Kasteel Groeneveld is een zogeheten buitenplaats, een zomerverblijf dat rijke Amsterdammers in de 17e en 18e eeuw bouwden om de stad te ontvluchten en hun rijkdom te etaleren. De eigenaren van Groeneveld behoorden tot de bestuurlijke en commerciële top van Amsterdam. Zij verdienden hun geld voornamelijk in de koloniën.

In 1730 kocht Arend van der Waeyen (1685-1767) het landgoed Groeneveld met het bijbehorende, toen bijna twintig jaar oude herenhuis met koetshuis en oranjerie. Dat had toen nog meer weg van een Amsterdams grachtenpand dan van het tegenwoordige kasteel. Van der Waeyen was in dienst van de West-Indische Compagnie (1621-1792) en actief in de slavenhandel tussen Elmina en Suriname. Elmina was een Nederlandse kolonie op de West-Afrikaanse Goudkust, het huidige Ghana. Van daar verscheepten de Nederlanders de tot slaven gedegradeerde Afrikanen, opeengepakt in de scheepsruimen, naar onder andere Suriname, de belangrijkste Nederlandse plantagekolonie in Zuid-Amerika. Daar beulden de Nederlandse plantage-eigenaren hen af op hun plantages waar zij landbouwproducten voor de Europese markt, zoals suiker, produceerden. Deze letterlijk mensonterende slavenhandel en -arbeid werd in het 17e en 18e eeuwse Europa gerechtvaardigd met een beroep op kerk, ras en beschaving.

Van der Waeyen verkocht Huize Groeneveld, zoals het toen voor het eerst werd genoemd, al na vijf jaar aan Cornelis Hasselaer (1674-1737). Ook Hasselaer vergaarde zijn fortuin in de koloniën, maar dan in Azië. Hij stierf als directeur-generaal van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) in Batavia. Zijn zoon Pieter (1720-1797) gaf huize Groeneveld min of meer zijn huidige aanzien. Dat kostte hem het familiekapitaal zodat hij het huis in 1755 moest verkopen. Als een berooid man vertrok hij naar Oost-Indië, maar in 1771 keerde hij met een vermogen terug. Dit dankte hij onder meer aan zijn huwelijk met Grietje Mossel, de 14-jarige dochter van de gouverneur-generaal. Die bezorgde hem een lucratieve bestuurspost en liet zijn dochter bovendien een immens vermogen na. Terug in Nederland  kocht hij Groeneveld opnieuw. Zij erven verkochten het huis in 1797 aan Joan Huydecoper van Maarsseveen – de latere man van Johanna Louisa van Tets die villa Buitenzorg liet bouwen. Joan Huydecoper trok nooit overzee, maar zijn voorouders waren vanaf het allereerste begin betrokken bij de handel op Azië, Amerika en Afrika. Na de Tweede  Wereldoorlog bewoonde een kunstenaarskolonie Groeneveld tot Staatsbosbeheer zich er in 1982 over ontfermde.

Binnen in het gebouw, nu expositieruimte, herinnert niets aan het koloniale verleden. Aan de buitenzijde sieren echter twee opmerkelijke beelden het wapenschild van de Hasselaers dat daar na de restauratie is geplaatst. De beelden zijn hoogst waarschijnlijk gemaakt door de beeldhouwer Jan van Logteren (1708-1745) in opdracht van Arent van der Waeyen. Over wat de beelden voorstellen lopen de meningen uiteen. Sommigen houden het op beelden van ‘moren’ ofwel Afrikaanse slaven  of slavinnen, wat zou passen bij de slavenhandel van Van der Waeyen. Anderen menen dat hier twee werelddelen worden verbeeld: links Azië (wierookvat en palm) en rechts Amerika (knots, boog en verentooi; de laatste twee elementen zijn ook terug te vinden in het wapen van Suriname). Anderen stellen dat de beelden de Verenigde Oost-Indische Compagnie (actief in Azië) en de West-Indische Compagnie (actief in Afrika en Amerika) voorstellen. Maar waarom zou Van der Waeyen die in dienst was van de WIC en handelde op Afrika en Amerika een beeld van de VOC hebben besteld? Dat Groeneveld getooid is met de verbeelding van het Nederlandse koloniale verleden, daaraan twijfelt echter niemand.

JB van Heutsz door Hannké 1909

J.B. van Heutsz (1851-1924)

(Hannké, 1909, Rijksmuseum)


Johannes Benedictus van Heutsz

Jo van Heutsz (1851-1924) was een generaal van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL), die het schopte tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië (1904-1909). Mede door zijn toedoen veroverde het koloniale leger rond 1900 de laatste onafhankelijke delen van Nederlands-Indië. De meeste faam verwierf Van Heutsz omdat hij in 1903 de sultan van Atjeh op de knieën dwong. Dat gold als het einde van de Atjehoorlog waarin Nederland zich dertig jaar eerder had gestort. De oorlog had aan tienduizenden Atjehers en koloniale militairen het leven gekost. In zijn tijd was Van Heutsz een gevierd man, nu is hij in Nederland zeer omstreden. Het in 1935 opgerichte Van Heutszmonument aan het Olympiaplein in Amsterdam werd daarom in 2004 veranderd in een gedenkteken voor de relatie Indië Nederland 1596-1949. De bijbehorende plaquette herinnert niet meer aan de heldendaden, maar aan de wandaden van Van Heutsz, het koloniale leger en het Nederlandse koloniale bewind in zijn voormalige kolonie. Andere tijden, andere inzichten.

Villa Minareta

(www.zoekplaatje.nl)


Villa Minareta

Peter Wilhelm Janssen (1821-1903) de schatrijke directeur van de Deli-Maatschappij liet in 1886 een villa bouwen op de hoek van de Van Heutszlaan en de Zuiderlaan, nu de Beatrixlaan. De villa diende als zomerverblijf naast het statige huis dat hij bewoonde aan de Amsterdamse Keizersgracht nr 688. Janssen vernoemde villa Minareta naar zijn vrouw Folmina Margarethe Peters (1836-1919). Mogelijk beviel de villa of de ligging van het huis hem niet of maakte hij plaats voor zijn dochter en haar man, want in 1890 kocht hij huize Canton aan.

h.c. van den honert

Hendrik Cornelis van den Honert (1854-1916) (publiek domein)


Villa Kesawan

Deze inmiddels ook gesloopte villa liet Hendrik Cornelis van den Honert bouwen. Van den Honert, geboren in 1854, vertrok in 1875 naar Sumatra als administrateur bij de Deli-maatschappij. Hij maakte een glanzende carrière op Deli en keerde in 1892 terug. In 1898 zou hij P.W. Janssen opvolgen als directeur van de Deli-maatschappij. Het huis dat hij liet bouwen vernoemde hij naar de hoofdstraat van Medan, de hoofdstad van Deli. In die stad was ook het hoofdkantoor van de Deli-maatschappij gevestigd. Van den Honert was net als Jacob Cremer (zie wandeling Santpoort) een van de drijvende krachten achter het Koloniaal Instituut in Amsterdam (het latere Tropenmuseum). Hij stierf in het harnas in 1916.

cartoon koelies

Uit: F. Bernard, Van Batavia naar Atjeh (1904) (publiek domein)


Villa Medan

Op een steenworp afstand van villa Minareta had Jacob Nienhuys in 1884 villa Medan laten bouwen (hoek Van Heutszlaan/Julianalaan). Nienhuys had samen met Peter Wilhelm Janssen in 1869 de Deli-Maatschappij opgericht. De twee verdienden een fortuin in de grootschalige verbouw van de superieure Deli-tabak. Janssen leidde de verkoop van de tabak in Amsterdam. Nienhuys bestierde de plantages op Deli (Sumatra). De planters verdienden hun fortuin letterlijk over de ruggen van de contractarbeiders die Nienhuys recruteerde op Java en in China. Dat bleek in 1871 toen Nienhuys werd aangeklaagd omdat hij zeven arbeiders had laten dood geselen. Hij verliet Deli halsoverkop en werd vervangen door Jacob Cremer – later nog minister van koloniën (zie koloniale wandeling Santpoort). In 1875 stelde de Deli-maatschappij een officieel onderzoek in naar de beschuldiging tegen Nienhuys. Zijn onschuld kon niet worden vastgesteld luidde het eindoordeel. Consequenties had dit niet, noch voor hem, noch voor de contractarbeiders. Aan hun rechteloze positie veranderde in de zestig jaar daarna niets.

Bronnen
Jan Breman, Koelies, Planters en de koloniale politiek, Amsterdam 1987.
Bijsluiter tentoonstelling Kasteel Groeneveld:  De rijke historie van een prachtig pand, 2014.
Joep à Campo, ‘Een maritiem BB. De rol van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij in de integratie van de koloniale staat’, in J. van Goor red., Imperialisme in de marge (Utrecht 1988).
Femme Gaastra, De geschiedenis van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (Zutphen 2002).
Petra Groen e.a., Krijgsgeweld en kolonie. Opkomst en ondergang van Nederland als koloniale mogendheid 1816-2010 (Amsterdam 2021).
Henk den Heijer, De geschiedenis van de West-Indische Compagnie (Zutphen 2002)
Paul Holthuis, ‘Koning van Deli’, Ons Amsterdam, januari 2014.
Wil Hordijk, ‘Mannen met ‘Indisch’ kapitaal en kapitale landhuizen’, Tussen Vecht en Eem 36 (2018) 145-156.
Roger Knight, ‘Rescued from the myths of time’, Bijdragen KITLV 2014 (jrg 170) 313-341.
Carla Oldenburg-Ebbers, ‘Buitenzorg bij Batavia en omliggende tuinen’, Cascade, bulletin voor tuinhistorie 8 (1999)  nr 1 p. 6-19.
Toespraken gehouden bij en na de begrafenis plegtigheid van Vrouwe Johanna Louise van Test, Douairière Jhr. mr. Joan Huydecoper van Maarsseveen, 18 april 1864.
Heimerick Tromp e.a., Kasteel Groenveld. Buitenplaats voor stad en land (Bussum, Baarn 2012).
Esther Wils, Wonen in Indië (Den Haag, s.a.)
www.biografischportaal.nl
www.budimanbm.medium.com: Castles that the coolies op Deli built
www.duvaloois.com: kroniek van Eemnes
www.groenegraf.nl
www.parlement.com j.huydecoper van maarsseveen
www.historischekringBaerne.nl
www.wikipedia.com
www.vocsite.com
www.pwjanssenfrieschestichting.nl