John Gabriël Stedman (1744-1797)
John Gabriël Stedman werd geboren als zoon van Robert Stedman (1701-1770), kapitein van een Schotse compagnie in Staatse dienst, en de Bergse Anthonetta Christina van Keulen (1710-1788). Hij groeide op in Bergen op Zoom en trad later zelf ook toe tot de Schotse Brigade. Stedmans jonge jaren gingen bepaald niet over rozen. Meerdere malen werd hij afgeranseld voor kattenkwaad dat hij, zo lezen we in zijn later geschreven dagboeken, niet had gedaan. Behalve een belhamel was Stedman ook een gevoelige jongen, die bovendien beschikte over een groot tekentalent. Dit talent zou hem later in Suriname goed van pas komen bij het vastleggen van exotische flora en fauna. Stedman weigerde echter zich door Bergse schilders te laten opleiden want hij droomde ervan om à la Rubens en Van Dyck in Antwerpen of Italië te worden opgeleid. Als vaandrig bij de Schotse Brigade trok hij van garnizoensstad naar garnizoensstad. Hij was slechts geïnteresseerd in drie dingen: drinken, vechten en vrouwen. In 1772 meldde Stedman zich als vrijwilliger voor een expeditie naar Suriname om de slavenopstand in deze kolonie neer te slaan. Zoals is te lezen in zijn Narrative of a five years’ expedition against the Revolted Negroes of Surinam (1796) waren de jaren die kapitein Stedman vanaf 1773 in Suriname doorbracht één groot avontuur. Slangen, wilde rivieren en confrontaties met gewapende Marrons, gevluchte slaafgemaakten. Meerdere malen ontsnapte Stedman aan de dood. Tegelijkertijd vond Stedman in Suriname de liefde. Hij verloor zijn hart aan de slavin Joanna (†1782). Samen kregen ze een zoon die Johnny werd genoemd. Beiden bleven achter in Suriname – zij als slaafgemaakte, de jongen als vrij man – toen Stedman in 1777 terug naar Nederland voer. Na zijn terugkeer uit Suriname woonde Stedman in Bergen op Zoom, in logement het Hof van Holland, samen met Quaco, een vrijgekochte jonge slaaf gemaakte die hij vanuit Suriname had meegenomen. Het logement stond in de Zuivelstraat, op korte afstand van het woonhuis van zijn moeder, en dicht bij de paradeplaats waar Stedman tijdens zijn verblijf in Bergen op Zoom vaak vertoefde. Zijn beroemde Narrative schreef hij deels in Suriname en in Engeland. In 1783 werd de Schotse Brigade, als gevolg van de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog, ontbonden. Alle officieren, waaronder ook de beide broers Stedeman – beiden inmiddels benoemd tot luitenant-kolonel – werden voor de keuze gesteld: opgaan in de Nationale Militie of terugkeren naar Engeland. John koos voor de tweede optie. In Engeland trouwde hij met de Nederlandse Adriana Wierts, door Stedman zelf Adriana Wierts van Coehorn genoemd, en vestigde hij zich met haar in Tiverton in het graafschap Devon. In hetzelfde jaar dat Stedman naar Engeland verhuisde, stierf Joanna, vermoedelijk door vergiftiging, in Suriname. Haar zoon Johnny reisde daarop naar zijn vader in Tiverton, waar hij in het gezin werd opgenomen. Overigens tot onvrede van Stedmans tweede vrouw Adriana; Stedman was echter zeer gesteld op zijn zoon. Toen deze als zeeman in 1791 bij een schipbreuk nabij Jamaica omkwam, schreef Stedman de volgende dichtregels: “Fly gentle shade, fly to that blest abode. There view thy mother – and adore thy God.” In Engeland werkte Stedman naarstig aan de voltooiing van Narrative. Uiteindelijk zou hij na een hoop geruzie met zijn redacteur zijn magnus opus in 1796 publiceren, achttien jaar na zijn vertrek uit Suriname. Hij stierf in Devonshire, 53 jaar oud.